Gepersonaliseerd leren in een inclusieve samenleving
Het onderwijscongres van 24 april 2030 zal gericht zijn op
het begeleiden van leerlingen/studenten met zwakke executieve functies. (Het
organiseren van deze congressen is de hoofdtaak van de inspectie geworden sinds
het overheidstoezicht op het onderwijs in 2020 drastisch is verminderd.) De
themasessies zullen voornamelijk gaan over planning, prioritering en
doelgericht gedrag en over taakinitiatie en timemanagement. Dit blijken
namelijk cruciale factoren te zijn om succesvol te zijn binnen het huidige
onderwijs, waarin leerlingen op basis van individuele leerbehoeften in telkens
wisselende leergroepen aan persoonlijke leerdoelen werken. Al in 2015 is de
trend gezet naar een klein kerncurriculum (Schnabel,
2015) en een uitbreiding van de vrijheid om eigen leerinhouden te
kiezen. Daarom zijn learning analytics (Chatti,
Dyckhoff, Schroeder, & Thüs, 2012) steeds meer gebruikt om
leergroepen te vormen uitgaande van de persoonlijke leerdoelen. Door de
technologische ontwikkelingen, de grondige herziening van de financiering van
het onderwijs en het samenvoegen van PO en VO heeft de samenwerking tussen
onderwijsinstellingen in 2025 een vlucht genomen en is het nu heel gewoon dat
leerlingen minder gebonden zijn aan één school. Zij kunnen (al dan niet online)
lessen volgen op verschillende scholen en zo optimaal gebruik maken van de
expertise die de scholen naast het kerncurriculum ontwikkeld hebben.
In het MBO en HBO werken niet alleen de onderwijsinstellingen
steeds meer samen, ook de samenwerking tussen onderwijsinstellingen en
bedrijven is de laatste jaren enorm versterkt. Dat is opmerkelijk, want in 2015
werd nog geconstateerd dat deze samenwerking in Nederland maar moeizaam van de
grond kwam (SER, 2015). Waarschijnlijk heeft het ontstaan van internationale
educatieve partnerschappen daartoe bijgedragen, doordat bedrijven als gevolg
daarvan allemaal proberen dezelfde toptalenten aan zich te binden. Tegelijkertijd
willen ook de studiecoaches op de hoogte blijven van de behoeften van
bedrijven, zodat zij dit mee kunnen nemen in het adviseren van studenten bij
het kiezen van modules. Nu is het zo dat wat begonnen is als de meester-gezel
methode in het begin van de jaren ’20 (Van Zwieten, 2014) inmiddels is uitgegroeid tot het
grotendeels opleiden van studenten op de werkvloer. Doordat het Leven Lang
Leren portfolio in 2023 het diploma heeft vervangen, zijn alle netwerken
waaraan studenten deelnemen van belang geworden, of het nu online communities
zijn of daadwerkelijke samenwerkingsactiviteiten in de makerspaces. Ook het
volgen van MOOCs en het deelnemen aan colleges en congressen is met de komst
van het Leven Lang Leren portfolio enorm toegenomen. De persoonlijke
ontwikkeling die in het portfolio wordt vastgelegd blijft belangrijk wanneer de
lerende steeds meer bevoegdheden haalt en de nadruk meer op werk dan op
opleiding komt te liggen. Het spreekt daarom voor zich dat het versterken van
de executieve functies nu meer dan ooit van belang is. Het Leven Lang Leren
vraagt immers van mensen dat zij altijd hun leerproces kunnen organiseren en
bijsturen. Wij hopen daarom dat u met velen aanwezig zult zijn op het onderwijscongres
van 24 april 2030.
Literatuur
Chatti, M. A., Dyckhoff, A. L., Schroeder, U., & Thüs, H. (2012).
A reference model for learning analytics. International
Journal of Technology Enhanced Learning, 4(5-6), 318-331.
SER. (2015). Hoe leren wij in de toekomst ?
Schnabel, P. (2015). Ons
onderwijs 2032. Hoofdlijn advies, oktober.
Van Zwieten, J. (2014). Meester-gezel methode voor excellent
vakmanschap in het MBO.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten