zondag 21 februari 2016

Scenario 2



Gepersonaliseerd leren in een inclusieve samenleving

Het onderwijscongres van 24 april 2030 zal gericht zijn op het begeleiden van leerlingen/studenten met zwakke executieve functies. (Het organiseren van deze congressen is de hoofdtaak van de inspectie geworden sinds het overheidstoezicht op het onderwijs in 2020 drastisch is verminderd.) De themasessies zullen voornamelijk gaan over planning, prioritering en doelgericht gedrag en over taakinitiatie en timemanagement. Dit blijken namelijk cruciale factoren te zijn om succesvol te zijn binnen het huidige onderwijs, waarin leerlingen op basis van individuele leerbehoeften in telkens wisselende leergroepen aan persoonlijke leerdoelen werken. Al in 2015 is de trend gezet naar een klein kerncurriculum (Schnabel, 2015) en een uitbreiding van de vrijheid om eigen leerinhouden te kiezen. Daarom zijn learning analytics (Chatti, Dyckhoff, Schroeder, & Thüs, 2012) steeds meer gebruikt om leergroepen te vormen uitgaande van de persoonlijke leerdoelen. Door de technologische ontwikkelingen, de grondige herziening van de financiering van het onderwijs en het samenvoegen van PO en VO heeft de samenwerking tussen onderwijsinstellingen in 2025 een vlucht genomen en is het nu heel gewoon dat leerlingen minder gebonden zijn aan één school. Zij kunnen (al dan niet online) lessen volgen op verschillende scholen en zo optimaal gebruik maken van de expertise die de scholen naast het kerncurriculum ontwikkeld hebben.
In het MBO en HBO werken niet alleen de onderwijsinstellingen steeds meer samen, ook de samenwerking tussen onderwijsinstellingen en bedrijven is de laatste jaren enorm versterkt. Dat is opmerkelijk, want in 2015 werd nog geconstateerd dat deze samenwerking in Nederland maar moeizaam van de grond kwam (SER, 2015). Waarschijnlijk heeft het ontstaan van internationale educatieve partnerschappen daartoe bijgedragen, doordat bedrijven als gevolg daarvan allemaal proberen dezelfde toptalenten aan zich te binden. Tegelijkertijd willen ook de studiecoaches op de hoogte blijven van de behoeften van bedrijven, zodat zij dit mee kunnen nemen in het adviseren van studenten bij het kiezen van modules. Nu is het zo dat wat begonnen is als de meester-gezel methode in het begin van de jaren ’20 (Van Zwieten, 2014) inmiddels is uitgegroeid tot het grotendeels opleiden van studenten op de werkvloer. Doordat het Leven Lang Leren portfolio in 2023 het diploma heeft vervangen, zijn alle netwerken waaraan studenten deelnemen van belang geworden, of het nu online communities zijn of daadwerkelijke samenwerkingsactiviteiten in de makerspaces. Ook het volgen van MOOCs en het deelnemen aan colleges en congressen is met de komst van het Leven Lang Leren portfolio enorm toegenomen. De persoonlijke ontwikkeling die in het portfolio wordt vastgelegd blijft belangrijk wanneer de lerende steeds meer bevoegdheden haalt en de nadruk meer op werk dan op opleiding komt te liggen. Het spreekt daarom voor zich dat het versterken van de executieve functies nu meer dan ooit van belang is. Het Leven Lang Leren vraagt immers van mensen dat zij altijd hun leerproces kunnen organiseren en bijsturen. Wij hopen daarom dat u met velen aanwezig zult zijn op het onderwijscongres van 24 april 2030.

Literatuur
Chatti, M. A., Dyckhoff, A. L., Schroeder, U., & Thüs, H. (2012). A reference model for learning analytics. International Journal of Technology Enhanced Learning, 4(5-6), 318-331.
SER. (2015). Hoe leren wij in de toekomst ?
Schnabel, P. (2015). Ons onderwijs 2032. Hoofdlijn advies, oktober.
Van Zwieten, J. (2014). Meester-gezel methode voor excellent vakmanschap in het MBO.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten