maandag 22 februari 2016


Scenario 1

'Gepersonaliseerd leren in een gesegregeerde samenleving'





Het is 2030, het schoolgebouw als fysieke ontmoetplaats van lerenden heeft plaats gemaakt voor hybride leerconfiguraties. Het vrijgeven van curricula en de toegang tot Big Data heeft een kentering in het onderwijs teweeg gebracht. Na de serie van DDOS aanvallen op het Internet die vanaf 2018 met regelmaat de economie hebben ontwricht blijkt het ontstaan van het non-commercieel, door middel van Data-tax ontwikkelde, Educatieve Netwerk 'Helios' een sleutelrol te hebben gespeeld. Hierdoor is de ontwikkeling van ODL (Open and discance learning), OE (Online Education), OER's (Open educational Recources) en de kwaliteit van MOOC's (Massive Open Online Courses) in sneltreinvaart gekomen. Na de opening van de eerste VR-bioscoop in Amsterdam (2016) bleekt het effect van deze onderwijsvernieuwing dermate krachtig dat het ook ingang heeft verworven in het CPVO (Community van Primair en Voortgezet Onderwijs), (Verbiest, 2012). Naast de mogelijkheid van ouders om in te tekenen op de fysieke Ontmoetplaats Onderwijs (OO) blijkt de VR variant in populariteit te zijn gegroeid. Kinderen leren nu buiten de voormalig gehanteerde openingstijden van de school vanuit individuele ontwikkeling in een coöperatieve omgeving in plaats van het oude genationaliseerd curriculum (SLO/Tule, 2016). De waardering van kinderen voor het CPVO is afgelopen jaren gegroeid. Beroepsopleidingen zijn vanuit de beroepskolommen overgenomen waarbij de kolom zelf vanuit educatieve partnerschappen de standaard neerzet en de overheid nog op afstand voorwaardenscheppend betrokken is. In de Internationale ranking speelt Nederland sinds de Nationaliseringsbeweging vanaf 2016, in de Europese gemeenschap een belangrijke rol in de top 5 ranking. Lerende professionals in opleiding worden door de beroepskolom begeleid gecoacht en erkend (voormalige certificering) en verwerven op deze manier vrijheden in de beroepsuitoefening. De gemiddelde koninklijke route van 11 jaar die staat voor de volledige vrijheidsgraad die past bij het beroep blijkt in de praktijk vanuit learning analytics (Surf, 2015), vertaald in de Persoonlijk Diagnostische Procedure (PDP, 2020), goede resultaten op te leveren. 
Onderwijsbeleid en -aanpassingen worden vanuit Europese en Nationale agenda's bepaald en door de beroepskolommen omgezet in streefnormen en competentieprofielen. De vrijheidsgraden die professionals in opleiding kunnen verwerven worden door de onafhankelijke CEB (Commissie Erkenning Beroepscompetenties) vastgesteld en voor 5 jaar erkend en geregistreerd.
Door de segregatiebeweging die vanuit Europa vanaf 2016 is ontstaan is de toegang tot de leerwerktrajecten beperkt, kinderen uit achterstandsgebieden en voormalige vluchtelingen-gezinnen ervaren een kansongelijkheid in de toegang tot de opleidings- en arbeidsmarkt. Kinderen uit welvarende gezinnen maken vier keer zoveel meer kans op een goede vervolgopleiding, persoonlijke ambitie en talent maken hier echter het verschil. Sinds de samenvoeging van Cito en SLO in 2020 en de introductie van de 'Regionale Lustrum-Agenda' worden ontwikkelkaders per 5 jaar voor de onderwijsregio vastgesteld. Het 'onderwijsvoorrangsbeleid gelijke kansen' is jammer genoeg nog steeds noodzakelijk.

Literatuur:
Adviescommissie ‘Flexibel hoger onderwijs voor werkenden’ (2014). Flexibel hoger onderwijs voor volwassenen
Biesta, G. (2012). Goed onderwijs en de cultuur van het meten. Ethiek, politiek en democratie. Amsterdam: Boom/Lemma.
CBS. (2016). Immigratie remt bevolkingskrimp in gemeenten.
CPB (2014). Investeren in skills en competenties. Een voorstudie voor programmering en beleid. 
Commissie Kennisbasis Pabo ( Meijerink, H., et al., 2012). Een goede basis; Advies van de commissie kennisbasis Pabo.
Commissie Toekomstbestendigheid Hoger Onderwijs [commissie-Veerman] (2010) Differentiëren in drievoud, omwille van kwaliteit en verscheidenheid in het hoger onderwijs, Den Haag, april 2010.
Competentiegericht Onderwijs MBO. (2014). Opgehaald van Leraar24.
Coonen, H.W.A.M (2006). Leraarschap en professionaliteit: 10 aanbevelingen. Reflecties bij de aantekeningen van Eric Verbiest over de leraar als professional. Tijdschrift voor Hoger Onderwijs,
Ehlen, C.G., van der Klink, M., Boshuizen, H. P. A. (2014). The Co-Creation Wheel: twelve mechanisms to enhance collaborative innovation and to engage professionals.
EUA (2008) European Universities’ Charter on Lifelong Learning. Brussel: European University Association, oktober 2008
Inspectie van het Onderwijs. (2015). De staat van het onderwijs 2013-2014.
Jungbluth, P. (1997). verzuiling, segregatie en schoolprestaties. 
Ministerie OCW (2015). De waarde(n) van weten: Strategische Agenda Hoger Onderwijs en Onderzoek 2015-2025.
Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (2014). Beoordelingskaders accreditatiestelsel hoger onderwijs.
NMC (1016). Horizon Report Higher Education Edition.
OECD (2012), Better Skills Better Jobs Better Lives. A strategic approach to skills policies.
Onderwijsraad (2014). Meer innovatieve professionals, d.d. 25 november 2014 (kenmerk: 20140262/ 1069)
Ons onderwijs2032 Eindadvies. (2016).
PO-Raad (2014). Bestuursakkoord PO 2014-2020.
Salmon G, Wright P. (2014). Transforming Future Teaching through ‘Carpe Diem’ Learning Design. Education Sciences.
data-blogger-escaped-comment-EndFragment
SER (2015). Leren in het hoger onderwijs van de toekomst: Advies over de strategische agenda hoger onderwijs 2015-2025.
SER (2015). Hoe leren wij in de toekomst?
SURF (2015). Trendrapportage Open en online onderwijs 2015
Timmermans,  M.  (2012).  Kwaliteit  van  de  opleidingsschool.  Over  Affordance,  Agency  en  Competentieontwikkeling.
Van der Dussen, R. V., & Kos, T. (2013). Open en online onderwijs en de toekomst van het Nederlande hoger onderwijs.
Verbiest, E (2012)Professionele Leergemeenschappen.
Vereniging Hogescholen (2015). Opleiden voor de toekomst. Lerarenopleidingen 2015-2018.
Vereniging Hogescholen (2015). #HBO 2025. Wendbaar & Weerbaar.
Wenger, E. (1998). Communities of practices: Learning, meaning and identity. Cambridge: Cambridge University Press
WRR (2014). Naar een lerende economie: Investeren in het inverdienvermogen van Nederland. Den Haag: WRR.

Websites:

zondag 21 februari 2016

Scenario 2



Gepersonaliseerd leren in een inclusieve samenleving

Het onderwijscongres van 24 april 2030 zal gericht zijn op het begeleiden van leerlingen/studenten met zwakke executieve functies. (Het organiseren van deze congressen is de hoofdtaak van de inspectie geworden sinds het overheidstoezicht op het onderwijs in 2020 drastisch is verminderd.) De themasessies zullen voornamelijk gaan over planning, prioritering en doelgericht gedrag en over taakinitiatie en timemanagement. Dit blijken namelijk cruciale factoren te zijn om succesvol te zijn binnen het huidige onderwijs, waarin leerlingen op basis van individuele leerbehoeften in telkens wisselende leergroepen aan persoonlijke leerdoelen werken. Al in 2015 is de trend gezet naar een klein kerncurriculum (Schnabel, 2015) en een uitbreiding van de vrijheid om eigen leerinhouden te kiezen. Daarom zijn learning analytics (Chatti, Dyckhoff, Schroeder, & Thüs, 2012) steeds meer gebruikt om leergroepen te vormen uitgaande van de persoonlijke leerdoelen. Door de technologische ontwikkelingen, de grondige herziening van de financiering van het onderwijs en het samenvoegen van PO en VO heeft de samenwerking tussen onderwijsinstellingen in 2025 een vlucht genomen en is het nu heel gewoon dat leerlingen minder gebonden zijn aan één school. Zij kunnen (al dan niet online) lessen volgen op verschillende scholen en zo optimaal gebruik maken van de expertise die de scholen naast het kerncurriculum ontwikkeld hebben.
In het MBO en HBO werken niet alleen de onderwijsinstellingen steeds meer samen, ook de samenwerking tussen onderwijsinstellingen en bedrijven is de laatste jaren enorm versterkt. Dat is opmerkelijk, want in 2015 werd nog geconstateerd dat deze samenwerking in Nederland maar moeizaam van de grond kwam (SER, 2015). Waarschijnlijk heeft het ontstaan van internationale educatieve partnerschappen daartoe bijgedragen, doordat bedrijven als gevolg daarvan allemaal proberen dezelfde toptalenten aan zich te binden. Tegelijkertijd willen ook de studiecoaches op de hoogte blijven van de behoeften van bedrijven, zodat zij dit mee kunnen nemen in het adviseren van studenten bij het kiezen van modules. Nu is het zo dat wat begonnen is als de meester-gezel methode in het begin van de jaren ’20 (Van Zwieten, 2014) inmiddels is uitgegroeid tot het grotendeels opleiden van studenten op de werkvloer. Doordat het Leven Lang Leren portfolio in 2023 het diploma heeft vervangen, zijn alle netwerken waaraan studenten deelnemen van belang geworden, of het nu online communities zijn of daadwerkelijke samenwerkingsactiviteiten in de makerspaces. Ook het volgen van MOOCs en het deelnemen aan colleges en congressen is met de komst van het Leven Lang Leren portfolio enorm toegenomen. De persoonlijke ontwikkeling die in het portfolio wordt vastgelegd blijft belangrijk wanneer de lerende steeds meer bevoegdheden haalt en de nadruk meer op werk dan op opleiding komt te liggen. Het spreekt daarom voor zich dat het versterken van de executieve functies nu meer dan ooit van belang is. Het Leven Lang Leren vraagt immers van mensen dat zij altijd hun leerproces kunnen organiseren en bijsturen. Wij hopen daarom dat u met velen aanwezig zult zijn op het onderwijscongres van 24 april 2030.

Literatuur
Chatti, M. A., Dyckhoff, A. L., Schroeder, U., & Thüs, H. (2012). A reference model for learning analytics. International Journal of Technology Enhanced Learning, 4(5-6), 318-331.
SER. (2015). Hoe leren wij in de toekomst ?
Schnabel, P. (2015). Ons onderwijs 2032. Hoofdlijn advies, oktober.
Van Zwieten, J. (2014). Meester-gezel methode voor excellent vakmanschap in het MBO.

donderdag 18 februari 2016

Scenario 4

Leerplanleren in een gesegregeerde samenleving

“zo is het voor ons goed genoeg”

In een politiek klimaat met extreem rechts aan de macht is het maatschappelijk klimaat verhardt. Op basis van diverse krachten zoals: religie, sociaal economische status en afkomst zijn subculturen ontstaan die invloed hebben op de mogelijkheid om te leren (de nationale denktank, 2015; Onderwijsraad, 2011). Veiligheid wordt gevonden binnen de eigen cultuur en er is een sterke drang om binnen de eigen bevolkingsgroep en eigen regio het hoofd boven water te houden (Kleijwegt, 2016). Regionale verschillen zijn er op basis van sociaal economische status, leeftijdsopbouw, aantal vluchtelingen, werkeloosheid en leefbaarheid. Er bestaan etnische ongelijkheden op de arbeidsmarkt (Raaijmakers, Thijssen, Gesthuizen, & Wolbers, 2015). Regionalisatie heeft een stagnerende werking op de verspreiding van technologische ontwikkeling. De politiek hanteert regelgeving en toezicht op enkel collectieve voorzieningen  zoals onderwijs en gezondheidszorg. Onderwijs wordt als basisvoorziening voor ieder kind tot 16 jaar ingevuld met een vast kerncurriculum (Ons onderwijs2032 Eindadvies, 2016).  Het selectiemoment voor een vervolgopleiding en de structuur die dat biedt komt ten goede aan de minder presterende leerlingen en geeft een daling op het aantal vroegtijdige schoolverlaters (Graaf, 2015; Rijksinstituut voor Volksgezondheid enMilieu, 2016). De mogelijkheden van big data wordt ingezet om de resultaten van de scholen uit de diverse subculturen te vergelijken. De competitie die hieruit ontstaat heeft een versterkende werking op de segregatie. De toegang tot vervolgonderwijs is sterk gekoppeld aan het bedrijfsleven, welke de financiële last draagt om mensen op te leiden (Graaf, 2015; WRR, 2016). Door de samenwerking tussen onderwijsinstellingen en bedrijven te stimuleren hoopt de overheid meerdere vliegen in één klap te slaan. Meer samenwerking moet leiden tot aantrekkelijke en uitdagende lesprogramma’s voor leerlingen en studenten (Rijksdienst voor OndernemendNederland, 2016; SER, 2015). Er zijn regionale samenwerkingsverbanden ontstaan waarbij kwalificatie en socialisatie bepaald wordt door de vraag van het bedrijfsleven en er weinig ruimte is voor persoonlijke ontwikkeling. Verbinding van onderwijs met de samenleving is vanuit economisch belang vormgegeven(Ministerie van Onderwijs Cultuur & Wetenschap, 2015). De rol van de docent is er vooral op gericht om met een grote aandacht voor toetsing te voldoen aan de kwalificatie eisen. Alleen dan heeft een lerende kansen op de arbeidsmarkt. Socialisatie en duurzame inzetbaarheid vind plaats binnen het beroepsgericht onderwijs wat door bedrijfsopleidingen vorm gegeven wordt (SER, 2015). Er is vooral plaats voor instructie gebaseerd op behavioristische visie op leren. De leerstof is geprogrammeerd; inzet van learning analytics maakt het mogelijk om deze leerstof middels geprogrammeerde instructie te doorlopen (Valcke, 2010).

de nationale denktank. (2015). Het leren van de toekomst.
Graaf, D. (2015). Wegwijzers naar # hbo.
Kleijwegt, M. (2016). 2 werelden 2 werkelijkheden. ScienceGuide.
Ministerie van Onderwijs Cultuur & Wetenschap. (2015). De waarde(n) van weten: Strategische Agenda Hoger Onderwijs en Onderzoek 2015-2025, 1–100.
Onderwijsraad. (2011). Maatschappelijke achterstanden van de toekomst.
Ons onderwijs2032 Eindadvies. (2016).
Raaijmakers, N., Thijssen, L., Gesthuizen, M., & Wolbers, M. (2015). Arbeidsmarkt Onder Hoger Opgeleide Toetreders. Mens En Maatschappij, 90(1), 73–102.
Rijksdienst voor OndernemendNederland. Inclusieve, innovatieve en reflectieve samenlevingen in Horizon 2020 (2016). Retrieved from http://www.rvo.nl/subsidies-regelingen/inclusieve-innovatieve-en-reflectieve-samenlevingen-horizon-2020
Rijksinstituut voor Volksgezondheid enMilieu. (2016). Nationaal Kompas Volksgezondheid. Retrieved from http://www.nationaalkompas.nl/participatie/onderwijsdeelname/onderwijsdeelname-samengevat/
SER. (2015). Hoe leren wij in de toekomst ?
Valcke, M. (2010). Onderwijskunde als ontwerpwetenschap. Gent: Academia Press.

WRR. (2016). Onderwijs, cultuur en wetenschap. Retrieved from http://www.wrr.nl/themas/thema/article/onderwijs-cultuur-en-wetenschap/

zaterdag 6 februari 2016

Ben jij klaar voor een ontmoeting in 2030?

Suzy, Harm, Kenneth en Stanislav bevinden zich in 2030 en zien zich daar gesteld voor de uitdagingen in leren, werken en samenleven. Wil je in de verschillende scenario's kennis me hen maken volg dan de deze koppeling.
Heb je tips of feedback op het document? mail me!